| |
|
MARMARA EN NICEA

De Zee van Marmara, een uitloper van de oostelijke Middellandse Zee, ligt tussen deze zee en de Zwarte Zee ingeklemd als een bijna afgesloten stuk water. De beroemde, nauwe doorgang van de Dardanellen vormt de toegang en de Bosphorus is de doorgang naar de Russische krim.
Het is dus een soort grote inham die gemakkelijk te conroleren en af te sluiten is en zodoende een val zonder uitweg vormt. Haar uitzonderlijk strategisch belang blijkt wel uit het feit dat bijvoorbeeld Russische schepen, komend vanuit odessa, gedwongen zijn deze aan alle kanten te controleren weg te bevaren om de open Middellandse Zee hereiken. In de Oudheid werd deze zee ' Hellespont ' genoemd; het oude Turkije was de ' Pontus ', een voorbeschikte naam als men bedenkt dat het inderdaad de natuurlijk brug tussen Europa en Azie was.

Katholieken Concilie
|
|
|
Marmara is een totaal Turkse binnenzee met een Europese oever en een Aziatische oever, die ieder een geheel eigen aanzien en belang hebben. De naam Dardanellen herinnert nog steeds aan de ongelukkige Engels - Franse militaire operatie 1915, een schrijnende, mislukte poging om de controle over de zeeengte te verkrijgen, die eindigde in een terugtocht naar Thessaloniki.
Geografisch gezien wordt de zee gevormd door het dunne, lange schiereiland Gelibolu ( Europese kust ) en de tegenoverliggende kust bij het vroegere Troje ( Ageische en Anatolische kust ).
De Europese kust van Marmara begint in feite bij Tekirdağ en eindigt bij Istanbul.
Zij bestaat uit vele stranden, waarvan de bekendste bij Yeşilkoy en Atakoy liggen. De strandjes van Barbaros en Kumbag liggen diep verscholen. Vanaf Kilitbahir ( 'sleutel van de zee' ), aan de voet van de ruines van een pont naar de Anatolische kust, naar Çanakkale, bij Troje.
Met uitzondering van het gedeelte Üsküdar, Izmit, Yalova, is de zuidelijke ( Anatolische ) kust van de Zee van Marmara slechts op enkele punten bereikbaar en dan nog moeillijk. Twee eilandenggroepen daarentegen worden zeer druk bezocht: Avsa en Marmar ( via Erdek ) en vooral de beroemde ' Prinseneilanden ' ( Kizil Adalar ). Deze dicht bij Istanbul ( 27 km van de Galatabrug ) gelegen eilanden zijn al eeuwen bekend en waren vroeger een toevluchtsoord voor kluizenaars ( 'Papadanesia': 'priestereilanden' ).
Maar vanwege de rust, het aangename klimaat en de lieftallige schoonheid werden ze al gauw tot woonplaats voor rijke Byzantijnen en een gulden verbanningsoord voor in ongenade gevallen potentaten: Constantijn stuurde er de Armeense aartbisschop Nerses heen, Heraclieu verbande zijn zoon hierheen, Justinianus ontdeed zich zo van de patriarch Eutykios.

|
<< |
|
|
|
|
|
|
|
|
 |
|
|
|
|
|
>> |
|
|
|
|
|
|
 |